
In september 2007 kreeg WSPA een noodoproep van de aangesloten organisatie Universidad de Ciencias Comerciales. De cycloon Felix raasde over Nicaragua.
De Noord-Atlantische regio, een plattelandsgebied, was verwoest. Er waren leden van de plaatselijke Miskito-gemeenschap dood of vermist.
En de toekomst van de overlevenden was weinig rooskleurig. De Miskito-boeren zijn afhankelijk van dieren voor hun levensonderhoud; 96% van hun oogsten en veel van hun dieren waren verloren gegaan.
Elk voor zich zouden dergelijke verliezen acute financiële problemen kunnen veroorzaken. Daarbij kwam dat voor de plaatselijke bevolking melk het basisvoedsel is waarmee ze hun gezinnen voeden.
WSPA, met ondersteuning van het Nicaraguaanse ministerie van landbouw, voerde acties uit om te voorkomen dat dieren nog meer zouden lijden en om de schade te beperken voor hen die er voor hun levensonderhoud van afhankelijk waren.
WSPA, ging samen met de Universidad de Ciencias Comerciales (Universiteit voor handelswetenschappen, UCC) en het Nicaraguaanse Ministerie van Landbouw (MAGFOR) de situatie ter plaatse beoordelen.
We ontdekten:
• Dat het overlevende vee honger had en pijn leed doordat het ziek en gewond was.
• Dat huisdieren werden geplaagd door schurft, parasieten en ademhalingsaandoeningen.
• Dat stress, diarree, wonden, orale laesies, vermagering en huidproblemen veel voorkwamen onder huisdieren en werkdieren.
• De psychologische ellende van de plaatselijke bevolking werd verergerd doordat ze zagen hoe de dieren in hun huishouden leden.
Tijdens het onderzoek verleende het team noodhulp aan meer dan 100 dieren die door de storm gewond waren geraakt.
WSPA werkte samen met UCC en MAGFOR om drie teams voor diergeneeskundige noodhulp in de verwoeste dorpen in te zetten. Juan Carlos Murillo, de coördinator veterinaire hulp van de rampenbestrijding van WSPA, leidde de operatie.
Over een periode van zeven dagen verleenden de teams eerste hulp aan 6.310 dieren, waaronder koeien, paarden, varkens, kippen en honden.
Murillo zei: “We controleerden en ontwormden ze en gaven ze profylactische medicijnen. Het idee is om de dieren te laten aansterken, zodat ze beter opgewassen zijn tegen hun huidige situatie en later niet ziek worden.”
Kits met diergeneeskundige medicijnen werden achtergelaten bij de plaatselijke, door de UCC opgeleide ‘veterinaire helpers’, zodat de voorgeschreven behandelingen konden worden afgemaakt en voorkomen zou worden dat ziekten zich in de maanden daarna naar mensen zouden uitbreiden.
Veel dorpelingen vertelden de noodhulpteams: ‘Uba tinky yan mani dukira doukramba kli yu wala bal bahuna watsna’, hetgeen betekent: ‘Hartelijk dank voor alles wat je voor onze dieren hebt gedaan’.