23 beren (november 2008)
In 2008 zijn 15 beren gered.
Als de dierenbeschermers een beer onder hun hoede nemen of overnemen van een eigenaar, brengen zij het dier onmiddellijk naar het Kund Park reservaat. De dierenarts daar zal de beer een kalmerend middel toedienen en zijn of haar gezondheidstoestand zorgvuldig onderzoeken.
Alle verwondingen worden dan behandeld, wat in dit stadium ook betekent dat eenvoudige chirurgische ingrepen worden uitgevoerd als dat nodig is. Ook krijgt het dier standaard antiparasitaire middelen toegediend, worden eventuele neusringen of -touwen verwijderd en neemt de arts bloed af. Daarna wordt de beer in één van de quarantainehokken ondergebracht. Daar zal het dier tenminste drie weken blijven en in die tijd krijgt het verdere medische behandeling als dat nodig is. Mannelijke beren worden gecastreerd zodra ze gezond genoeg zijn om de ingreep te doorstaan.
Zolang ze in quarantaine zijn, worden alle beren voortdurend in de gaten gehouden. Na drie weken, of langer, als dat voor de gezondheid van de beer nodig is, maakt het dier geleidelijk aan kennis met de andere beren in het omheinde reservaat en wordt daar uiteindelijk losgelaten.
De meeste beren zijn in zeer slechte conditie als ze naar het reservaat komen. Ze hebben jaren onder chronische stress geleefd, ongezond eten gekregen en geen enkele diergeneeskundige zorg ontvangen. De beren lijden daarom aan een slecht functionerend immuunsysteem, zijn geïnfecteerd met parasieten en hebben vaak afschuwelijke verwondingen aan hun snuit, oren en ogen, die zijn veroorzaakt door de honden.
Het castreren van volwassen beren is geen middel om potentieel agressief gedrag van de dieren te onderdrukken, zoals men vaak denkt. Het dient om te voorkomen dat de beren zich in het reservaat voortplanten. Daar is een aantal redenen voor. Ten eerste blijft de schaarse ruimte in het reservaat zo behouden voor de beren die van de berengevechten worden gered, en die deze ruimte hard nodig hebben. Ook is het fokken van beren in gevangschap onder de gegeven omstandigheden geen acceptabele manier om de soort in stand te houden. Tenslotte lopen de jonge beertjes in het reservaat de kans om door andere beren te worden gedood. Omdat het een uitgestrekt gebied betreft, is dat moeilijk te voorkomen.
Het reservaat beslaat een omheind terrein van 3 ha.
De meeste beren zijn Aziatische zwarte beren, er is een klein aantal bruine beren en één lippenbeer.
Alle beren worden regelmatig gecontroleerd door de ervaren medewerkers van het reservaat als ze worden gevoerd. Ze worden gevoerd door het voedsel op verschillende, steeds wisselende plaatsen bij de omheining van het reservaat uit te strooien. Op die manier moeten de beren moeite doen om hun voedsel te vinden en worden ze bezig gehouden. In het reservaat bevinden zich een aantal tamelijk grote vijvers. Ook zijn er uit natuurlijke materialen gebouwde klimconstructies en kunstmatige nestplaatsen voor de beren.