In New York zijn woensdag 25 januari de onderhandelingen begonnen over de duurzaamheidsconferentie ‘Rio+20’, die in juni in Brazilië wordt gehouden. Twintig jaar na de eerste grote VN-conferentie over duurzaamheid moet de wereld een paar verdere stappen zetten. Nu al dreigt een essentieel hoofdstuk in het verhaal ongeschreven te blijven: dieren en hun belangrijk rol in een duurzame wereld. Een gemiste kans, volgens WSPA.
De onderhandelingen van hoge diplomaten draaien om de ontwerp-slotverklaring van de conferentie, met als werktitel “De wereld die we willen”. Daarin komt van alles en nog wat aan de orde, zoals “een welvarende, veilige en duurzame toekomst voor onze volkeren en onze planeet”. Binnen dat kader worden tal van onderdelen benoemd, van de dreigende ondergang van eilandstaatjes tot de benodigde ‘vergroening’ van de wereldeconomie.
Miljard mensen afhankelijk van ‘vergeten’ dieren
Maar terwijl een miljard mensen voor hun bestaan afhankelijk zijn van dieren, de westerse vee-industrie steeds meer land opslokt om voer te verbouwen en al bijna twintig procent van de broeikasgassen afkomstig is uit veeteelt, ontbreekt zelfs het woord ‘dieren’ in de 19 pagina’s tekst van het document. Zonder goed beleid zal de wereldwijde vraag naar dierlijke producten in 2050 verdubbeld zijn, hoog tijd dus om ook hier met duurzaamheid aan de slag te gaan. Voor de veeteelt betekent dat onder meer: niet langer gebaseerd op graanvoeding, kunstmest, pesticiden, antibiotica en dolgedraaide fokprogramma’s, maar benutten van ecologische kringlopen.
“De veeteelt van de toekomst moet af van het doodlopende spoor van vervuiling van grond, lucht en water, van resistentie tegen antibiotica en van dierenleed op astronomische schaal. Deze kan en mag niet langer bestaan uit massale dierenfabrieken die kleine boeren uit de markt drukken en hen berooid en werkloos naar de sloppenwijken van de metropolen in ontwikkelingslanden jagen”, aldus directeur Ruud Tombrock van WSPA Benelux.
Het moet in de toekomst wél gaan om gemengde bedrijven –landbouw én veeteelt dus – waarin dieren geen snel te ‘oogsten’ producten zijn, maar waar zij hun natuur kunnen volgen alvorens door mensen geconsumeerd te worden. Van de Nederlandse regering, die zich voorstaat op haar ‘agrokennis’ zouden initiatieven verwacht mogen worden, maar het blijft tot nu toe erg stil in Den Haag. In New York tikt de klok inmiddels verder.