Jul 1, 2010
De jaarlijkse vergadering van de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC) die afgelopen juni in Agadir, Marokko, werd gehouden, heeft wisselende resultaten opgeleverd. Belangrijkst is dat een voorstel om de commerciële jacht op walvissen te heropenen voorlopig van de baan is. Hoopgevend is ook dat er volgend jaar een workshop Dierenwelzijn en Ethiek zal worden gehouden. Daar staat tegenover dat het verzoek van Groenland om voortaan op bultruggen te mogen jagen, werd ingewilligd.

Hoopvol is dat Groot-Brittannië een voorstel deed om volgend jaar een workshop Dierenwelzijn en Ethiek te organiseren. Het voorstel werd door Nederland, België, Australië, Argentinië, Nieuw-Zeeland, Ecuador, Duitsland, Portugal, Costa Rica, India en Brazilië met groot enthousiasme begroet. WSPA juicht deze kans toe om in tegenwoordigheid van de IWC de fundamentele welzijnsproblemen van de commerciële walvisvaart op serieus aan te pakken.
Joanna Toole: “WSPA is heel tevreden dat het voorstel van Groot-Brittannië om een workshop Dierenwelzijn en Ethiek te organiseren zo’n brede en enthousiaste steun heeft gekregen. Meer dan tien lidstaten van de IWC hebben hun volledige steun toegezegd. De workshop zal de IWC voorzien van dringend noodzakelijke informatie over de internationale ontwikkeling van wetenschappelijk onderzoek en beleid op het gebied van dierenwelzijn. Dat zal de Commissie in staat stellen om verstandige en progressieve beslissingen over deze belangrijke kwestie te nemen. WSPA vindt dat het Verenigd Koninkrijk alle lof verdient voor hun krachtige standpunt ten aanzien van het welzijn van dieren. We zien ernaar uit om met hen samen de workshop tot een succes te maken, zowel voor de IWC als voor de walvissen.”
Helaas stemde de IWC wel in met de jacht op bultruggen door Groenland. Een van de uitzonderingen op het wereldwijde moratorium op de walvisvaart is de traditionele jacht van de inheemse bevolking van Groenland, bestemd voor zelfvoorziening. Al jaren probeert Denemarken, waar Groenland onderdeel van is, de traditionele jacht uit te breiden. Dit jaar werd dat verzoek ingewilligd: het wordt Groenland toegestaan de komende drie jaar 27 bultruggen te bejagen.
WSPA veroordeelt deze beslissing en is met name zeer teleurgesteld in de opstelling van de EU die zwichtte onder druk van Denemarken. Undercover onderzoek van WSPA wijst namelijk uit dat zeker een kwart van het vlees van walvissen die in naam van de traditionele, zelfvoorzienende jacht worden gedood, in het commerciële circuit terechtkomt. Via het grootste walvisverwerkingsbedrijf van Groenland, Arctic Green Foods, komt het vlees in tenminste 114 supermarkten verspreid over heel Groenland. Jaarlijks verdienen verwerkingsbedrijven en retailers gemiddeld 1 miljoen dollar aan deze handel. Het commerciële karakter van de walvisjacht wordt niet eens ontkend door de betrokken partijen. “Het is een puur commerciële activiteit in Groenland”, aldus de directeur van Arctic Green Foods tegen WSPA-onderzoekers die zich voordeden als medewerkers van een filmproductiebedrijf.
Dirk-Jan Verdonk, hoofd programma’s van WSPA Nederland: ‘Onder het mom van inheemse, zelfvoorzienende jacht staat de IWC nu feitelijk een vorm van commerciële jacht toe. Voor de IWC – en met name voor de EU die met het verzoek instemde – is dat een aanfluiting, voor de bultruggen in kwestie een tragedie.
Tijdens de officiële zitting van de NGO’s op de vierde dag van de IWC-vergadering sprak Siri Martinsen, de directeur van NOAH – for dyrs rettigheter, uit naam van NOAH en de bij WSPA aangesloten organisatie Dyrebeskyttelsen Norge. Een van de belangrijkste punten die zij naar voren bracht was de wreedheid waarmee de Noorse Walvisvaart gepaard gaat, zoals duidelijk werd aangetoond door recent onderzoek van WSPA, NOAH en Dyrebeskyttelsen Norge gezamenlijk.
In haar interpellatie (Engelstalig), zei Siri Martinsen: “Ik wil even kort verwijzen naar een film die we afgelopen maand hebben gemaakt van een Noorse walvisjacht. Hierop is te zien hoe een ervaren walvisjager bij uitstekende weersomstandigheden een walvis probeert te raken en te doden – wat hem niet lukt. We hebben externe dierenartsen geraadpleegd en op basis van de opnamen is het meest waarschijnlijke scenario dat de walvis inderdaad werd geraakt, maar dat ze hem kwijtraakten. Volgens de walvisvaarder werd de walvis niet geraakt, maar uit dit voorval blijkt hoe dan ook dat walvisjagers vanaf een bewegend platform in zee niet in staat zijn om met redelijke zekerheid een dodelijk harpoenschot af te vuren. De kans op (halve) missers is gewoon te groot bij de commerciële walvisvaart, en daardoor ook het leed dat de walvissen wordt aangedaan.”