Dec 22, 2009
De Nederlander anno 2009 eet nog steeds vaak vlees uit de vee-industrie, maar probeert er wel bewust(er) mee om te gaan. Dat blijkt uit een peiling van CentERdata in opdracht van WSPA onder ruim 1800 Nederlandse huishoudens naar hun houding ten opzichte van vlees. Met de culinaire feestdagen en het nieuwe jaar in het vooruitzicht, wilde WSPA weten in hoeverre Nederlanders zich bewust zijn van de gevolgen van het eten van vlees en in hoeverre zij daar in de praktijk hun eetgedrag op aanpassen.
Uit het onderzoek blijkt dat men zich vooral zorgen maakt over de gevolgen die het eten van vlees kan hebben voor dierenleed en het milieu. Om die redenen is bijna een derde van de Nederlanders het afgelopen jaar minder vlees gaan eten en is nog eens 20% voornemens volgend jaar hetzelfde te doen.
WSPA legde de respondenten alle mogelijke gevolgen voor die het eten van vlees, zuivel en eieren kan hebben. Van ontbossing, epidemieën, de uitstoot van broeikasgassen en de schaarste van zoet water, tot dierenleed. Van al deze gevolgen zijn de huishoudens het meest bezorgd over het dierenleed. Maar liefst 74,2% maakt zich gemiddeld tot grote zorgen hierover. Ook de uitstoot van broeikasgassen als gevolg van vleesconsumptie baart 57,2% van de Nederlanders gemiddelde tot grote zorgen.
Toch nemen Nederlanders moeilijk afstand van vlees. 44% van de ondervraagde huishoudens eet minimaal één keer per dag vlees. Ruim een derde (36,8%) eet meer dan de helft van de week vlees. Mannen eten vaker vlees dan vrouwen. Jongeren tot 25 jaar spannen de kroon: 53% eet minimaal één keer per dag vlees. 5% van de Nederlanders eet minder dan één keer per week of helemaal geen vlees.

De impact van de productie en consumptie van vlees is groot. De wereldvoedselorganisatie FAO berekende in 2006 dat 18% van de menselijke uitstoot van broeikasgassen te wijten is aan dierlijke productie. Volgens een recent rapport van World Watch Institute is dit zelfs 51%. Jaarlijks verdwijnt er wereldwijd een stuk bos ter grootte van Portugal ten behoeve van veeteelt. Daarmee is vleesproductie een van de grootste bedreigingen voor biodiversiteit. Verder verbruikt de vee-industrie veel kunstmest en pesticiden die slecht zijn voor het milieu. En door het hoge antibioticagebruik, bestaat het gevaar dat bacteriën resistent worden. Ook veroorzaakt de vee-industrie besmettelijke dierziekten, zoals SARS, de Mexicaanse varkensgriep en Q-koorts. Last but not least wordt het welzijn veelal zeer ernstig aangetast van de meer dan zestig miljard kippen, varkens, koeien en schapen die wereldwijd jaarlijks voor hun vlees worden gedood. Vorig jaar publiceerde WSPA al een (Engelstalig) rapport over de negatieve gevolgen van de vee-industrie, Eating our Future.