Peanut & Pickle

Nov 7, 2008

Peanut and pickle

Toen ze Peanut voor het eerst zag, was het diertje nog zo klein dat we onmiddellijk wisten hoe het moest heten. “Zoals jullie kunnen zien, is ze niet groter dan een pinda. Daarom heb ik haar Peanut genoemd,“ vertelde Lone, manager van het orang-oetan opvangcentrum op Borneo aan de filmcrew van de BBC, tijdens het filmen van de documentaire Orangutan Diaries.

“Ik heb haar opgepikt in een palmolieplantage waar ze haar hadden gevonden, overdekt met bloed. De moeder was er niet, ze is gedood. Men had ons laat in de middag gebeld, in paniek, bang dat Peanut gewond was.”

Pickle werd in vergelijkbare omstandigheden gevonden. Ook toen gaf Lone gehoor aan een dringend telefoontje van een groep plantagearbeiders. En ook Pickle was alleen, de moeder was nergens te bekennen. Waarschijnlijk was ze ook gedood. Vaak weten we niet hoe hun moeders aan hun einde zijn gekomen, maar het is bekend dat de jagers die worden ingehuurd om de palmolieplantages vrij te houden van schadelijke dieren, soms orang-oetans doden. Soms per ongeluk, in strikken, en soms met opzet. Want die jagers hebben het ook op orang-oetans gemunt, omdat ze soms palmen kapot maken als ze er op zoek gaan naar voedsel.

Opvangcentrum Nyaru Menteng

Orang-oetan in Nyaru Menteng

Geen van deze baby’s had al tanden toen ze gered werden, daarom waren ze op dat moment waarschijnlijk nog geen drie maanden oud. Maar ondanks hun traumatische start in het leven zijn ze te jong om zich het verlies van hun moeder te herinneren. In het opvangcentrum Nyaru Menteng groeien ze op in een kleine groep en kunnen ze stap voor stap vertrouwen in hun veilige omgeving ontwikkelen. Hier krijgen ze de verzorging en aandacht die hun moeders ze zouden hebben gegeven – en dat zal de eerste vijf of zes jaar van hun leven zo blijven.

Nu ze nog zo jong zijn, zijn hun behoeften eenvoudig. Ze hangen erg aan hun verzorgers, zoals ze dat ook bij hun moeder zouden doen, maar er is allerlei speelgoed in de buurt voor als ze hun omgeving willen verkennen. Peanut vindt dat geweldig, maar Pickle is een echte jongen en blijft liever in de buurt van zijn verzorger. De jonge mannetjes zijn minder voorlijk dan de meisjes. Ze groeien wat sneller op.

“Maar het belangrijkste hier,” zegt Lone, “is liefde en aandacht. Je moet ze veel knuffelen en vrolijk maken. Ze worden ook echt aan het lachen gemaakt. We hebben een soort vuistregel dat je ze minstens een half uur per dag echt actief moet vermaken en dat ze minstens een half uurtje per dag gelachen moeten hebben.”

Zonder hun moeders zijn de orang-oetanbaby’s volkomen afhankelijk van het gezinsleven en de veiligheid in Nyaru Menteng. Dat geeft ze het vertrouwen waardoor ze kunnen opgroeien tot gelukkige, gezonde orang-oetans die op een dag weer in het oerwoud zullen worden vrijgelaten.

Lees hier meer over onze hulp aan de orang-oetans >>

Help mee en doneer nu >>


 

Page tools:
Share Share, Bookmark, Email or Print

Volg WSPA ook via:

FacebookTwitterYouTube