May 28, 2008

Tot onze grote teleurstelling moet WSPA melden dat het Ministerie van Visserij in IJsland een stap terug heeft gedaan voor het dierenwelzijn door een quotum voor het commercieel bejagen van 40 dwergvinvissen in 2008 uit te vaardigen.
In 2007 zei de IJslandse minister van visserij dat de vraag naar walvisvlees zo klein was, dat ze geen nieuwe vangstquota zouden uitvaardigen. Deze maatregel werd over de hele wereld met enthousiasme begroet door groepen die zich om dierenwelzijn en het milieu bekommeren.
Maar bij de wrede jachtpartijen die op 20 mei begon, zullen veertig dwergvinvissen het doelwit zijn van exploderende harpoenen - die er vaak niet in slagen om het dier direct te doden, met als gevolg dat de walvis soms wel meer dan een uur intens moet lijden.
In vergelijking met de aantallen die door Noorwegen en Japan worden bejaagd, is het quotum van IJsland klein. WSPA gelooft echter dat geen enkele vorm van walvisjacht aanvaardbaar is – of daarbij nu één walvis wordt gedood, of duizend – om de eenvoudige reden dat er geen humane manier bestaat om een walvis op zee te doden.
Zelfs de minister van Buitenlandse Zaken van IJsland is zich heel goed bewust van de schade die deze beslissing zou kunnen toebrengen aan de internationale reputatie en de kwetsbare economie van IJsland. Zoals de minister van Buitenlandse Zaken, Ingibjorg Solrun Gisladottir, zou hebben gezegd: “ Ik geloof dat hier belangen op lange termijn worden opgeofferd aan kortetermijnwinsten, ook al zijn de quota kleiner dan in voorafgaande jaren.”
WSPA dringt er bij de IJslandse regering op aan dat men deze beslissing heroverweegt en zich richt op het ontwikkelen van “whale watching” - een inmiddels zeer winstgevende bedrijvigheid - in plaats van het bejagen van deze fascinerende wezens.
Dat is de boodschap die WSPA in juni 2008, op de 60e jaarvergadering van de Internationale Walvisvaartcommissie, wil overbrengen aan alle walvisvarende landen.